Agenda

(Op dit moment geen agendapunten)


Lees verder...

De statistieken

Vandaag 229
Deze week 1061
Deze maand 945
Sinds 11-2008 886092

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens



Universele Verklaring van de Rechten van de Mens Všeobecná Deklarace Lidských Práv
   
Artikel 1
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.
?lánek 1
Všichni lidé rodí se svobodní a sob? rovní co do d?stojnosti a práv. Jsou nadáni rozumem a sv?domím a mají spolu jednat v duchu bratrství.
   
Artikel 2
Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.
Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

?lánek 2
Každý má všechna práva a všechny svobody, stanovené touto deklarací, bez jakéhokoli rozlišování, zejména podle rasy, barvy, pohlaví, jazyka, nábozenství, politického nebo jiného smýšlení, národnostního nebo sociálního p?vodu, majetku, rodu nebo jiného postavení.

Žádný rozdíl nebude dále ?in?n z d?vodu politického, právního nebo mezinárodního postavení zem? nebo území, k nimž ur?itá osoba p?ísluší, a? jde o zemi nebo území nezávislé nebo pod poru?enstvím, nesamosprávné nebo podrobené jakémukoli jinému omezení suverenity.

   
Artikel 3
Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.
?lánek 3
Každý má právo na život, svobodu a osobní bezpe?nost.
   
Artikel 4
Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

?lánek 4
Nikdo nesmí být držen v otroctví nebo nevolnictví; všechny formy otroctví a obchodu s otroky jsou zakázány.

   
Artikel 5
Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.
?lánek 5
Nikdo nesmí být mu?en nebo podrobován krutému, nelidskému nebo ponižujícímu zacházení nebo trestu.
   
Artikel 6
Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.
?lánek 6
Každý má právo na to, aby byla všude uznávána jeho právní osobnost.
   
Artikel 7
Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.
?lánek 7
Všichni jsou si p?ed zákonem rovni a mají právo na stejnou ochranu zákona bez jakéhokoli rozlišování. Všichni mají právo na stejnou ochranu proti jakékoli diskriminaci, která porušuje tuto deklaraci, a proti každému podn?cování k takové diskriminaci.
   
Artikel 8
Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.
?lánek 8
Každý má právo, aby mu p?íslušné vnitrostátní soudy poskytly ú?innou ochranu proti ?in?m porušujícím základní práva, která jsou mu p?iznána ústavou nebo zákonem.
   
Artikel 9
Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.
?lánek 9
Nikdo nesmí být svévoln? zat?en, držen ve vazb? nebo vyhošt?n do vyhnanství.
   
Artikel 10
Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.
?lánek 10
Každý má úpln? stejné právo, aby byl spravedliv? a ve?ejn? vyslechnut nezávislým a nestranným soudem, který rozhoduje bu? o jeho právech a povinnostech, nebo o jakémkoli trestním obvin?ní vzneseném proti n?mu.
   
Artikel 11
11.1 - Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
11.2 - Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

?lánek 11
Každý, kdo je obvin?n z trestného ?inu, považuje se za nevinného, dokud není zákonným postupem prokázána jeho vina ve ve?ejném ?ízení, v n?mž mu byly zajišt?ny veškeré možnosti obhajoby.
Nikdo nesmí být odsouzen pro ?in nebo opomenutí, které v dobe, kdy byly spáchány, nebyly trestné podle státního nebo mezinárodního práva. Rovnez nesmí být ulozen trest tezší, nez jakého bylo lze pouzít v dobe, kdy byl trestný ?in spáchán.

   
Artikel 12
Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.
?lánek 12
Nikdo nesmí být vystaven svévolnému zasahování do soukromého života, do rodiny, domova nebo korespondence, ani útok?m na svou ?est a pov?st. Každý má právo na zákonnou ochranu proti takovým zásah?m nebo útok?m.
   
Artikel 13
13.1 - Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.
13.2 - Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.
?lánek 13
Každý má právo voln? se pohybovat a svobodn? si volit bydlišt? uvnit? ur?itého státu.
Každý má právo opustit kteroukoli zemi, i svou vlastní, a vrátit se do své zem?.
   
Artikel 14
14.1 - Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.
14.2 - Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.
?lánek 14
Každý má právo vyhledat si p?ed pronásledováním útocišt? v jiných zemích a požívat tam azylu.
Toto právo nelze uplatnit v prípad? stíhání skute?n? od?vodneného nepolitickými zlo?iny nebo ?iny, které jsou v rozporu s cíli a zásadami Spojených národ?.
   
Artikel 15
Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.
?lánek 15
Každý má právo na státní p?íslušnost.
Nikdo nesmí být svévoln? zbaven své státní p?íslušnosti ani práva svou státní p?íslušnost zm?nit.
   
Artikel 16
Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.
?lánek 16
Muži a ženy, jakmile dosáhnou plnoletosti, mají právo, bez jakéhokoli omezení z d?vod? p?íslušnoti rasové, národnostní nebo náboženské, uzav?ít s?atek a založit rodinu. Pokud jde o manzelství, mají za jeho trvání i p?i jeho rozvázání stejná práva.
S?atky mohou být uzav?eny jen se svobodným a plným souhlasem nastávajících manžel?.
Rodina je p?irozenou a základní jednotkou spole?nosti a má nárok na ochranu že strany spole?nosti a státu.
   
Artikel 17
Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.
Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.
?lánek 17
Každý má právo vlastnit majetek jak sám, tak spolu sjinými.
Nikdo nesmí být svévoln? zbaven svého majetku.
   
Artikel 18
Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.
?lánek 18
Každý má právo na svobodu myšlení, sv?domí a náboženství; toto právo zahrnuje v sob? i volnost zm?nit své náboženství nebo víru, jakož i svobodu projevovat své náboženství nebo víru, sám nebo spole?n? s jinými, a? ve?ejn? nebo soukrom?, vyu?ováním, provád?ním náboženských úkon?, bohoslužbou a zachováváním ob?ad?.
   
Artikel 19
Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.
?lánek 19
Každý má právo na svobodu p?esv?d?ení a projevu; toto právo nep?ipouští, aby n?kdo trp?l újmu pro své p?esv?d?ení, a zahrnuje právo vyhledávat, príjímat a rozši?ovat informace a myšlenky jakýmikoli prost?edky a bez ohledu na hranice.
   
Artikel 20
Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.
?lánek 20
Každému je zaru?ena svoboda pokojného shromaž?ování a sdružování.
Nikdo nesmí být nucen, aby byl ?lenem n?jakého sdružení.
   
Artikel 21
Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.
De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.
?lánek 21
Každý má právo, aby se ú?astnil vlády své zem? p?ímo nebo prost?ednictvím svobodn? volených zástupc?.
Každý má právo vstoupit za rovných podmínek do ve?ejných služeb své zem?.
Základem vládní moci budiž v?le lidu; ta musí být vyjád?ena správne provád?nými volbami, které se mají konat v pravidelných obdobích na základ? všeobecného arovného hlasovacího práva tajným hlasováním nebo jiným rovnocenným postupem, zabezpe?ujícím svobodu hlasování.
   
Artikel 22
Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.
?lánek 22
Každý ?lov?k má jako ?len spole?nosti právo na sociální zabezpe?ní a nárok na to, aby mu byla národním úsilím i mezinárodní sou?inností a v souladu s organizací a s prost?edky príslušného státu zajišt?na hospodá?ská, sociální a kulturní práva, nezbytná k jeho d?stojnosti a k svobodnému rozvoji jeho osobnosti.
   
Artikel 23

Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.
Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.
Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.
?lánek 23
Každý má právo na práci, na svobodnou volbu zam?stnání, na spravedlivé a uspokojivé pracovní podmínky a na ochranu proti nezam?stnanosti.
Každý, bez jakéhokoli rozlišování, má nárok na stejný plat za stejnou práci.
Každý pracující má právo na spravedlivou a uspokojivou odm?nu, která by zajiš?ovala jemu samému a jeho rodin? živobytí odpovídající lidské d?stojnosti a která by byla dopln?na, kdyby toho bylo t?eba, jinými prost?edky sociální ochrany.
Na ochranu svých zájm? má každý právo zakládat s jinými odborové organizace a p?istupovat k nim.
   
Artikel 24
Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.
?lánek 24
Každý má právo na odpo?inek a na zotavení, zejména také na rozumné vymezení pracovních hodin a na pravidelnou placenou dovolenou.
   
Artikel 25

Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.
?lánek 25
Každý má právo na takovou životní úrove?, která by byla s to zajistit jeho zdraví a blahobyt i zdraví a blahobyt jeho rodiny, po?ítajíc v to zejména výživu, šatstvo, byt a léka?skou pé?i, jakož i nezbytná sociální opat?ení; má právo na zabezpe?ení v nezam?stnanosti, v nemoci, p?i nezp?sobilosti k práci, p?i ovdov?ní, ve stá?í nebo v ostatních p?ípadech ztráty výd?le?ných možností, nastalé v d?sledku okolností nezávislých na jeho v?li.
Mate?ství a d?tství mají nárok na zvláštní pé?i a pomoc. Všechny d?ti, a? manželské nebo nemanželské, pozívají stejné sociální ochrany.
   
Artikel 26

Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.
Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

?lánek 26
Každý má právo na vzd?lání. Vzd?lání nech? je bezplatné, alespo? v po?áte?ních a základních stupních. Základní vzd?lání je povinné. Technické a odborné vzd?lání budiž všeobecn? p?ístupné a rovn?ž vyšší vzd?lání má být stejn? p?ístupné všem podle schopností.
Vzd?lání má sm??ovat k plnému rozvoji lidské osobnosti a k posílení úcty k lidským práv?m a základním svobodám. Má napomáhat k vzájemnému porozum?ní, snášenlivosti a p?átelství mezi všemi národy a všemi skupinami rasovými i náboženskými, jakož i k rozvoji ?innosti Spojených národ? pro zachování míru.
Rodi?e mají p?ednostní právo volit druh vzd?lání pro své d?ti.

   
Artikel 27
Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.
?lánek 27
Každý má právo svobodn? se ú?astnit kulturního života spole?nosti, úžívat plod? um?ní a podílet se na v?deckém pokroku a jeho výt?žcích.
Každý má právo na ochranu morálních a materiálních zájm?, které vyplývají z jeho v?decké, literární nebo um?lecké tvorby.
   
Artikel 28
Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.
?lánek 28
Každý má právo na to, aby vládl takový sociální a mezinárodní ?ád, ve kterém by práva a svobody stanovené v této deklaraci byly pln? uplatn?ny.
   
Artikel 29
Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.
In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.
Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.
?lánek 29
Každý má povinnosti v??i spole?nosti, v níz jediné m?že voln? a pln? rozvinout svou osobnost.
Každý je p?i výkonu svých práv a svobod podroben jen takovým omezením, která stanoví zákon výhradn? za tím ú?elem, aby bylo zajišt?no uznávání a zachovávání práv asvobod ostatních a vyhov?no spravedlivým pozadavk?m morálky, ve?ejného po?ádku a obecného blaha v demokratické spole?nosti.
Výkon t?chto práv a svobod nesmí být v žádném p?ípad? v rozporu s cíli a zásadami Spojených národ?.
   
Artikel 30
Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.
?lánek 30
Nic v této deklaraci nem?že být vykládáno jako by dávalo kterémukoli státu, kterékoli skupin? nebo osob? jakékoli právo vyvíjet ?innost nebo dopoušt?t se ?in?, které by sm??ovaly k potla?ení n?kterého z práv nebo n?které ze svobod v této deklaraci uvedených.







Citaat van de dag

"Van dat, waarvan men niet kan spreken, moet men zwijgen. " - Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)

Advertenties

Ook adverteren op deze pagina?